Terugblik: 3 Days of Design Copenhagen

In het kader van het project CEO (Circular Economy Office – Interreg North Sea 2023–2026) trokken onze collega’s Susanna Campogrande en Arthur Pittie van 17 tot 19 juni naar Malmö en Kopenhagen voor een partnermeeting tijdens 3 Days of Design Copenhagen. Ze bespraken er de vooruitgang en de disseminatie-acties van het project en kregen de kans om de pilootprojecten van de Zweedse en Deense partners te ontdekken. In dit artikel delen we graag de inzichten en ervaringen van die reis.

Ter informatie: het project CEO heeft als doel circulaire strategieën op te schalen en circulaire kantoorinrichting mainstream te maken. De focus ligt op kantoorinterieurs, maar de resultaten kunnen ook worden toegepast op meubilair in scholen, ziekenhuizen en privéwoningen.

1. Rondetafelgesprek met experts uit de sector

Op 19 juni nam collega Susanna Campogrande deel aan een rondetafelgesprek in Kopenhagen met een aantal lokale spelers uit de sector: ontwerpster Saskia Hübner, Mattias Andersson (CEO van Soeco, fabrikant en distributeur van hergebruikt meubilair), en Ida Meulengracht Ginsborg (teamleider circulaire aankopen voor de stad Kopenhagen). Dit was het ideale moment om gedachten uit te wisselen over enkele circulaire businessmodellen, zoals beschreven in de Circular Business Model Guide van WOOD.BE (publicatie voorzien eind 2025).

Rondetafelgesprek met (vlnr) Susanna Campogrande, Mattias Andersson, Saskia Hübner en Ida Meulengracht Ginsborg

De discussie startte met volgende vraag: welke kansen en uitdagingen ervaren de bezochte bedrijven die inzetten op circulaire businessmodellen en wat kunnen we van hen leren?

Uit de praktijk blijkt dat twee modellen vaak terugkomen: Product-as-a-Service (PaaS) en Waste to Value.

Het is duidelijk dat bedrijven steeds meer de voordelen zien van het implementeren van circulaire principes en het efficiënter gebruik van grondstoffen. Daarmee gaan namelijk lagere grondstofkosten gepaard, alsook nauwere klantenrelaties en toegang tot nieuwe markten of marktsegmenten. Bedrijven vertelden ook dat een circulair businessmodel als hefboom kan werken voor het stimuleren van een lokaal ecosysteem, maar ook binnen het bedrijf kan het vorm geven aan een sterkere bedrijfscultuur. We merken een toename van reparatiediensten, revisie-eenheden en een stijging van het aantal herverkopers van gebruikte producten.

Toch blijven er obstakels. Zo is er een gebrek aan financiële en personele middelen en soms technische vaardigheden. Het opknappen van producten vereist handwerk en vakmanschap, wat in Europa vaak hoge kosten met zich meebrengt. Maatwerkbedrijven spelen hier een belangrijke rol, zij kunnen namelijk rekenen op menselijk kapitaal tegen een toegankelijke prijs. Hun hoofdtaak blijft echter sociaal: mensen opleiden, ondersteunen en begeleiden naar de reguliere arbeidsmarkt. Er is dus niet alleen een hoog verloop, ook het niveau van specialisatie is niet te vergelijken met het niveau van een traditioneel meubelbedrijf. Samenwerking met deze bedrijven vraagt bijgevolg om nieuwe en aangepaste modellen.

Een inspirerend voorbeeld komt uit Nederland: de Fair Furniture Group, een groep die producenten, sociale ondernemingen en dienstverleners verenigt. Elk bedrijf draagt bij vanuit zijn eigen expertise, wat leidt tot een complementaire en efficiënte samenwerking.

De merken van de Fair Furniture Group

2. Verlenging van de levensduur: tussen circulair en lineair

Sommige bedrijven nemen vandaag een nieuwe rol op in de meubelwaardeketen: ze kopen gebruikt meubilair op en verkopen het door waardoor de levensduur van de producten verlengd wordt. Waar mogelijk zetten ze in op het terugwinnen van materialen door recyclage. Helaas hanteren deze bedrijven niet per se een circulair businessmodel maar eerder een lineair model gebaseerd op het valoriseren van reststromen op het einde van hun levensduur ( = “waste to value” model).

Daarenboven lijken circulaire principes zoals eigendomsbehoud of terugnamegaranties vaak afwezig. Dat blijkt uit de uitdagingen waarmee maatwerkbedrijven kampen, zoals het vinden van kantoren om leeg te maken of meubilair om te hergebruiken. Hier ligt duidelijk nog groeipotentieel.

Meubelbedrijven die willen inzetten op een circulair businessmodel kampen bovendien met een logistieke drempel: opslag en showrooms in grote steden zijn vaak duur. Reverse logistics, zoals retourzendingen van gebruikte producten, wordt complex, zeker bij kleine volumes.

In België kozen sommige bedrijven ervoor om in te spelen op deze uitdagingen door voort te bouwen op een bestaande logistieke infrastructuur. Ze zijn gespecialiseerd in meubeltransport en andere diensten en breiden hun activiteiten uit naar de renovatie en herverkoop van gebruikt meubilair. Dit is o.a. het geval voor NNOF (Nearly New Office Facilities), opgericht door Transmoove, dat gebruik maakt van de opslagcapaciteit van haar verhuisactiviteiten om een circulair, schaalbaar model op te bouwen, dat reparatie, revisie en verkoop van gebruikte producten aanbiedt.

NNOF vergaderruimtes. De scheidingspanelen zijn gemaakt van oude bureaubladen

3. Samenwerking en digitalisering: sleutels tot opschaling

Die logistieke uitdaging overstijgt echter het lokale niveau. Hoe organiseren we circulaire kantoorpraktijken op grotere schaal, zelfs internationaal? Een veelbelovende piste hiervoor is het opzetten van joint ventures over landsgrenzen heen. In Frankrijk en België bundelen Relieve Furniture en Adopte un Office zo hun voorraden voor grootschalige renovatieprojecten. Digitalisering speelt hierin een cruciale rol: het vergemakkelijkt samenwerking, voorraadbeheer en communicatie tussen partners.

Arbeidskosten blijven wel een belangrijk obstakel. Remanufacturing is momenteel moeilijk te optimaliseren en te automatiseren: het steunt op manuele processen die vaak sterk gediversifieerd zijn. Toch maakt deze aanpak een hoge mate van maatwerk mogelijk, wat dan weer een concurrentievoordeel biedt.

Ecodesign, en in het bijzonder ontwerpen met het oog op repareerbaarheid, kan hier een oplossing bieden gezien het reparaties zou kunnen vergemakkelijken. Fabrikanten twijfelen echter nog over de ROI omdat ze geen controle meer hebben over hun producten na verkoop. De nieuwe Europese ESPR-verordening (Ecodesign for Sustainable Products Regulation) kan hierin verandering brengen. Repareerbaarheid wordt daarin een essentieel criterium, wat de ontwikkeling van nieuwe, op diensten gebaseerde modellen kan stimuleren.

4. Hybride ontwerpen en merkidentiteit

Wat als er onderdelen van verschillende merken worden gecombineerd in hetzelfde meubelstuk, denk maar aan een stoel met Arper-poten en een Vepa-zitting. Wat zijn dan de afspraken tussen de verschillende merken om het originele ontwerp van een product te verbeteren tot een hybride product van de tweede generatie? Mag iedereen zomaar een product dat al verkocht is naar eigen wens gebruiken, veranderen en doorverkopen? Het zijn vragen die raken aan de visuele identiteit van een merk, zijn ontwerpsignatuur en hoe de markt zal reageren op deze nieuwe praktijk. Human Office, in Nederland, speelt daarin het spel mee door alleen iconische meubelstukken door te verkopen. Deze aanpak is heel toepasselijk, want een product met een tijdloze of zelfs iconische esthetiek is gemakkelijker door te verkopen en behoudt zijn waarde na verloop van tijd.

Een hybride stoel herontwerpen door Fair Furniture Group: een Vepa-zitting met Arper-poten
Human Office verkoopt iconische stukken door

5. Meer dan CO₂-reductie: circulair meubilair als culturele verrijking

Hoewel de vermindering van de CO₂-uitstoot vaak wordt benadrukt als het belangrijkste voordeel van hergebruik, reiken de voordelen veel verder dan dat. Er valt een mooie parallel te trekken met architectuur: bij de renovatie van een oud gebouw worden sommige delen in hun oorspronkelijke staat behouden, terwijl uitbreidingen in een eigentijdse stijl worden opgetrokken. Het resultaat is een hybride compositie die zowel het verleden als het heden versterkt. Toegepast op meubilair maakt dit evenwicht het mogelijk om stukken uit een bepaalde periode te integreren die een verhaal vertellen terwijl ze in wisselwerking staan met modernere elementen. Zo is hergebruik niet alleen duurzaam, het creëert ook authentieke en inspirerende ruimtes.

6. Stimuleren van gedragsverandering

Maar hoe stimuleren we gedragsverandering en maken we van circulaire kantoren de norm?

Als we kijken naar Frankrijk, zien we dat wetgeving één van de meest effectieve hefbomen is, vooral in de publieke sector. Je boet misschien in op keuzevrijheid maar het brengt wel een deugdzame en innovatieve dynamiek op gang.

Zo is er de AGEC-wet die staat voor Anti-Waste for a Circular Economy en verplicht dat overheidsopdrachten voor minstens 20% bestaan uit meubilair dat is gemaakt van hergebruikte of gerecycleerde producten of materialen.

Eén van de lessen die we hebben geleerd uit ons onderzoek voor het project CEO is dat naast de wettelijke verplichting communicatie essentieel is. Niet alleen in verschillende media maar ook via de voorbeelden van pionierende bedrijven die circulaire praktijken invoeren en laten zien dat deze weg niet alleen wenselijk maar ook echt mogelijk is.

Een hergebruikcultuur vraagt om zichtbaarheid, inspirerende cases en het benadrukken van tastbare voordelen: authenticiteit, lokale werkgelegenheid en een concrete bijdrage aan de ecologische transitie.

Voor meer informatie over dit artikel of het project CEO, verwijzen we u graag door naar susanna@wood.be of arthur@wood.be.

Terug

Auteur

Susanna Campogrande

Research & Innovation

Susanna Campogrande

Susanna is architect en ontwerper met meer dan 20 jaar ervaring. Haar expertise omvat de meubelsector (markt- en designtrends, netwerken, kleuren en materialen, designinspiratie), materiaalinnovatie, eco-design, design for circularity en bedrijfsmodelinnovatie. Ze werkt ook als facilitator en design trend scout.