FAQ
Hier vindt u een antwoord op de meest gestelde vragen over onze diensten en onze werkdomeinen. Vindt u niet het antwoord op uw vraag? Contacteer ons!
Algemeen
Als het door ons uitgegeven testrapport of certificaat openbaar beschikbaar is, kunt u ons een verzoek sturen via info@wood.be. Zoniet, is dit document eigendom van het bedrijf zelf en dient u uw vraag aan hen te richten.
De kostprijs en doorlooptijd van een test hangen af van de specifieke norm en het type onderzoek.
U kunt wel standaardprijsindicaties opvragen via info@wood.be.
Duurzame innovatie
WOOD.BE kan u hierbij helpen. Aangezien er veel factoren meespelen, neemt u best contact op met ons via info@wood.be om de specificaties, routes en prijzen te bespreken.
Er zijn talloze materialen beschikbaar en het aanbod groeit elke dag. Veel materiaalinnovaties spelen in op betere duurzaamheidsprestaties. Dit hangt af van meerdere parameters. Er zijn verschillende interessante databases en websites beschikbaar.
WOOD.BE beschikt over de nodige ervaring en expertise op dit vlak, neem dus gerust contact op met ons via info@wood.be , wij begeleiden u graag verder.
EUDR
Rol & verplichtingen
Afhankelijk van uw activiteiten (rol in de keten), uw producten en de grootte van uw bedrijf gelden verschillende verplichtingen (van minimaal tot heel intensief). Volgende info helpt u alvast op weg:
maak een gedetailleerd overzicht van al uw activiteiten (handel, verwerking, invoerder of bosexploitant, uitvoerder). Opgelet: deze kunnen verschillen naargelang producten of productgroepen;
breng alle type producten in kaart (volgens HS-codes - zie vraag "Welke producten vallen onder de EUDR?)
welke houtsoorten verkoopt u en waarom komen ze vandaag (waar zijn uw leveranciers gevestigd)?
wat is de grootte van uw bedrijf (kmo of niet ? Zie vraag "Wat is de definitie van een kmo?" / voldoet U aan nieuwe definitie van micro-onderneming? Zie vraag "Wat is de definitie van een primaire micro-operator?")
Op basis van deze informatie kan u uw exacte verplichtingen afleiden uit de artikels 1 t.e.m. 13 van de EUDR. Heeft u toch graag extra ondersteuning bij deze analyse? Contacteer ons dan via eudr@wood.be. Tijdens een kennisklankbordsessie van 2 uur (online of op locatie) helpen we u graag verder op weg.
Enkel eerste aanbieders (importeurs en bosexploitanten) moeten referentienummers aanmaken in het digitale informatiesysteem. Zij geven deze nummers op hun beurt door aan de volgende schakel in de keten waarna het stopt. Verdere duiding wordt verwacht in de FAQ van de Europese Commissie die zullen verschijnen in april 2026. Er zal o.a. verduidelijking zijn over bedrijven die meerdere posities innemen in de keten, en de methodologie om die positie te bepalen.
De Europese definitie wijkt in zekere mate af van de Belgische definitie. In België wordt een onderneming als een kmo beschouwd wanneer minstens twee van de volgende drie criteria niet worden overschreden:
- werknemersaantal: minder dan 250
- netto-omzet: maximaal 50 miljoen euro
- balanstotaal: maximaal 43 miljoen euro
Om de EUDR te citeren: een primaire micro-operator is een natuurlijke persoon, een micro-onderneming of een kleine onderneming die gevestigd is in een land dat overeenkomstig artikel 29 van de verordening als laag risico is aangemerkt. Deze operator brengt of exporteert, in het kader van een handelsactiviteit, relevante producten die hij zelf heeft geëxploiteerd in etablissementen die zich in dat land bevinden.
Het is echter nog niet duidelijk of de exploitant ook eigenaar van het bos moet zijn om onder deze definitie te vallen. Verdere verduidelijking wordt verwacht in de FAQ van de Europese Commissie, die in april 2026 zal verschijnen.
Als u de eerste aanbieder bent op de Europese markt (operator = lokale bosexploitant of importeur), moet u de informatie verzamelen en evalueren die beschreven staat in artikel 9 van de EUDR. Deze informatie moet de volledige keten tot aan het bos dekken, voor elke component van het product. Dit gebeurt vóórdat u het product op de markt brengt (bij import is bijvoorbeeld een referentienummer nodig bij de inklaring).
Voorbeelden van relevante documenten zijn: bosbeheerplannen, exploitatievergunningen, transportdocumenten, verwerkingsrendementen, oprichtingsaktes van bedrijven, bewijs van betaling van taksen en belastingen, evaluaties van mogelijke klachten en informatie over de rechten van inheemse volkeren.
Welke documenten precies nodig zijn, verschilt per regio, land en type keten. Er bestaat daarom geen vaste lijst met documenten die in alle gevallen moet worden verzameld. Het is wel belangrijk dat u voldoende bewijs verzamelt om aan te tonen dat de bosexploitatie legaal is verlopen en niet heeft bijgedragen aan ontbossing. Met andere woorden: u moet kunnen aantonen dat de beschikbare informatie volstaat om het risico op illegale herkomst correct te beoordelen.
Heeft u hierover meer specifieke vragen? Neem dan contact met ons op via eudr@wood.be.
Neen. Het opstellen van een procedure maakt geen deel uit van onze diensten. Wel bieden wel advies om u te helpen bij het uitwerken van een eigen procedure, aan de hand van een canvas. Dit kan tijdens een klankbordsessie van 2 uur (online of op locatie). Contacteer ons hiertoe via eudr@wood.be.
Scope
De producten die onder de scope van de EUDR vallen, vindt u terug in Annex I van de verordening. De productgroepen zijn gebaseerd op HS-codes (douanecodes).
Alle producten die onder een HS-code vallen die in Annex I is opgenomen, vallen onder de EUDR. Bijvoorbeeld: HS-code 4407 91 valt onder de bredere code 4407 en behoort dus tot de scope van de EUDR.
Deze producten vallen onder HS-code 4401 en blijven dus binnen de scope van de EUDR.
Er lopen momenteel gesprekken met de regionale instellingen om mogelijke conflicten met de regionale afvalwetgeving te bekijken. Afval valt immers niet onder de scope van de EUDR. Bij deze interpretatie geldt dat de lokale wetgeving voorrang heeft op de Europese EUDR-verordening.
Timing
Op 26 november 2025 stemde het Europees Parlement voor een extra uitstel van één jaar. Dit betekent concreet dat de EUDR in werking treedt op 30 december 2026. Dit geldt voor alle bedrijven in de houtsector — zowel kmo’s als grotere ondernemingen — die al onder de EUTR vielen.
Micro- of kleine ondernemingen met producten die nog niet onder de EUTR vielen, krijgen nog extra uitstel tot 30 juni 2027.
Dit is de periode tussen de publicatie en de inwerkingtreding van de EUDR, m.a.w. tussen 29/06/2023 en 30/12/2026. Hout dat tijdens deze periode werd geëxploiteerd en vanaf 30 december 2026 op de markt komt, valt onder de EUDR.
Hout of houten producten aangekocht voor 29 juni 2023 (publicatiedatum EUDR), moeten vanaf 30 december 2026 niet voldoen aan de EUDR, maar de meeste producten moeten wel voldoen aan de nu geldende EUTR. De producten die onder de scope van de EUTR vallen, vindt u hier.
Het is dus van belang om:
- Aankoopbewijzen bij te houden om de datum van aankoop te verantwoorden;
- Een stockinventaris op te stellen;
- Een fysieke of virtuele identificatie te gebruiken om te weten welke producten niet onder de EUDR-verplichtingen vallen;
Hiervoor geldt hetzelfde principe als met producten aangekocht voor 2023.
Let op: aangezien de EUDR al 2 maal werd uitgesteld, wordt wel verwacht dat producten aangekocht in 2026 vergezeld zijn van alle nodige EUDR-informatie, inclusief geolocatiegegevens.
Dit referentienummer kan gebruikt worden in het kader van herinvoer en uitvoer van producten die tijdens de overgangsperiode op de markt zijn gebracht.
Om dit conventioneel referentienummer te kunnen gebruiken, moeten twee voorwaarden vervuld zijn:
- Het betrokken product, of één of meer componenten van een afgeleid product, werd(en) initieel op de markt gebracht tijdens de overgangsperiode;
- De marktdeelnemer kan met bewijsmateriaal aantonen dat het product oorspronkelijk tijdens de overgangsperiode op de markt werd gebracht.
Het conventioneel referentienummer is: 99EU9999999999 en dient ingevuld te worden in het corresponderende veld in de douane-aangifte. Meer informatie hierover vindt u hier.
Geolocatie
GeoJSON is een bestandstype om geografische informatie op te slaan, vergelijkbaar met hoe .jpeg of .png gebruikt wordt voor afbeeldingen. Er zijn verschillende manieren om zulke bestanden aan te maken. Drie toegankelijke opties zijn:
- TRACES: In het EUDR-informatiesysteem van de Europese Commissie kunt u rechtstreeks op de kaart tekenen. De gegevens worden meteen in het systeem opgeslagen.
- Geojson.io: Een gebruiksvriendelijke website om polygonen of punten te tekenen en op te slaan als GeoJSON-bestanden. Ook .csv-bestanden (Excel) kunnen hier worden omgezet naar GeoJSON.
- GeoRoots: Software en website waarmee u GeoJSON-bestanden kunt bewerken en aanpassen.
Certificatie
De EUDR is een Europese wet waar iedereen aan moet voldoen. Dit kan niet worden afgedekt met een certificaat van een derde partij zoals vrijwillige certificering FSC® of PEFC. U kan wel de achterliggende methodes opnemen in uw eigen procedures en ter staving verwijzen naar bijkomende documenten uit deze gecertificeerde schema’s. De Europese commissie publiceerde hiervoor een leidraad om aan te geven hoe u hiermee kan omgaan.
FSC® en/of PEFC- certificatie zal niet automatisch al uw EUDR-verplichtingen afdekken. Het is en blijft wel een goede manier om onafhankelijke toegang tot uw keten en duurzaam bosbeheer te verzekeren.
Afhankelijk van uw activiteiten en type bedrijf heeft u verschillende verplichtingen. Certificatie zal hierin een andere rol spelen (Zie vraag 1 "Wat moet mijn bedrijf doen om aan de EUDR-wetgeving te voldoen?").
Health & Safety
Ja, elk bedrijf kan zich aansluiten bij onze dienst Health & Safety. Bedrijven die onder het paritair comité 126 vallen, genieten bovendien van een voordeeltarief.
Ja. Als uw bedrijf werknemers in dienst heeft, bent u wettelijk verplicht aangesloten te blijven bij een externe dienst voor preventie en bescherming.
De dienst Health & Safety van WOOD.BE is een aanvullende ondersteuning specifiek voor bedrijven in de hout- en meubelindustrie. Bedrijven kiezen hiervoor omdat ze bij WOOD.BE praktisch en direct toepasbaar veiligheidsadvies krijgen, afgestemd op hun sector.
Neem contact op met onze Health & Safety-expert.
Samen bekijken we de opmerkingen van de FOD en stellen we een praktisch actieplan op om uw preventiebeleid bij te sturen en in regel te brengen met de wetgeving.
Wij maken met u een afspraak en komen ter plaatse om de nodige documenten op te maken. U krijgt deze van ons in een direct bruikbare vorm.
OiRA staat voor Online interactive Risk Assessment. Het is een online tool om risicoanalyses op het gebied van gezondheid en veiligheid op uw werkplek uit te voeren.
Meer info: www.oiraproject.eu
Houttechnologie
Er zijn duizenden houtsoorten en over elke soort is er veel informatie beschikbaar. Deze informatie vindt u bijvoorbeeld hier, hier en hier. Voor meer specifieke informatie kunt u altijd contact met ons opnemen via info@wood.be. Wij bezorgen uw vraag hierop aan één van onze R&I-experten.
Vochtbeheer is essentieel tijdens het hele leverings- en bouwproces omdat het een grote invloed kan hebben op de prestaties. Meer informatie vindt u hier.
Het vochtgehalte van hout kan over het algemeen op drie manieren worden bepaald (beschreven in de Europese normen EN13183-1-3). De eerste en enige exacte methode bestaat uit het wegen en achtereenvolgens drogen van een monster in een oven, gevolgd door het wegen van het gedroogde monster, waarna het vochtgehalte kan worden berekend. Een tweede methode schat het vochtgehalte van hout door middel van een elektrische weerstandsmeting, met een speciaal voor hout ontworpen apparaat. Een laatste methode schat het vochtgehalte van het hout door middel van een capaciteitsmeting. Deze laatste methode is over het algemeen niet aan te raden voor gebruik op locatie, omdat deze gevoelig is voor invloeden en gebruikersfouten (bijv. de aanwezigheid van metalen bevestigingsmiddelen, onderliggende materialen, ...). De laatste twee methoden zijn alleen toepasbaar op massief hout met een vochtgehalte tussen ca. 7 en 30% (vezelverzadigingspunt: boven dit punt wordt de meting onbetrouwbaar en kan alleen worden geconcludeerd dat het vochtgehalte boven het vezelverzadigingspunt ligt. De ovendroogmethode is toepasbaar op alle houtproducten, zoals panelen, composietproducten en behandeld hout, en op elk vochtgehalte. Voor gebruik op locatie is weerstandsmeting de meest geschikte methode. Als algemene regel geldt dat alle houtbouwlocaties te allen tijde moeten beschikken over een geschikt meetapparaat en personeel dat is opgeleid in het gebruik ervan. Het is belangrijk op te merken dat weerstandsmeting wordt uitgevoerd met geïsoleerde pinnen, waarbij de weerstand wordt gemeten tussen de niet-geïsoleerde pinpunten. Bovendien is de meting gevoelig voor de richting van de nerf en de afstand tussen de pinnen. Dit betekent dat deze methode kan worden gebruikt in het geval van CLT, waar het belangrijk is om niet alleen inzicht te krijgen in het vochtgehalte van de buitenste houtlagen, maar ook van de onderliggende lagen (bijvoorbeeld waar vocht is binnengedrongen vanaf een kopse houtoppervlakte of waar het drogen oppervlakkig is begonnen), maar dat er enkele extra voorzorgsmaatregelen en/of stappen nodig zijn. Voor CLT kan de volgende methode worden toegepast:
- Bepaal de gewenste diepte/houtlaag die moet worden geëvalueerd.
- Boor gaten voor op deze gewenste diepte: gebruik hiervoor een lange boor en een mal om precies op de juiste breedte van de pennen te boren. Houd daarbij rekening met de oriëntatie van de gewenste houtlaag. (Afhankelijk van het apparaat moet de meting loodrecht op of parallel aan de vezelrichting worden uitgevoerd.)
- Voer de metingen uit met lange, geïsoleerde pinnen in de boorgaten op de gewenste diepte.
- Voer altijd minimaal 3 metingen uit op verschillende plaatsen en bereken het gemiddelde.
- Houd bij het interpreteren van de resultaten rekening met de mogelijke fouten die kunnen optreden zoals afwijking van de boorgaten (verkeerde afstand tussen de pinnen), beschadiging van de isolatie van de pinnen (verkeerde meetdiepte), moeilijkheid om de juiste laag te bepalen, lijmlijnen tussen de twee pinnen, ...
- Aangezien bovenstaande elementen deze methode moeilijk uitvoerbaar en minder betrouwbaar maken, moet een groot aantal metingen worden uitgevoerd en moeten de resultaten met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.
Voor meer informatie verwijzen wij u door naar deze presentatie: Houtbouw – vocht en duurzaamheid - CLT. (Deze presentatie werd gegeven door collega Robbe Celis tijdens het RecurWood webinar op 16/06/2022 ).
Er zijn veel manieren waarop resthout kan worden gevaloriseerd. Dit hangt nauw samen met hiërarchische circulaire strategieën, zoals uitgelegd door Circularise, waarbij reststromen worden verminderd, hergebruikt of gerecycled. Hergebruik kan plaatsvinden op verschillende niveaus en met verschillende mate van bruikbaarheid, afhankelijk van de kwaliteit en kwantiteit. Recycling is een toepassing van lagere kwaliteit, bijvoorbeeld in spaanplaat. Voor specifieke vragen hierover kan u terecht bij klaas@wood.be.
Innovatie van business- en/of waardemodellen
WOOD.BE heeft ruime ervaring en een bewezen track record op dit vlak. Wij kunnen u helpen bij het in kaart brengen van trends en zakelijke opportuniteiten. Neem contact op met ons via info@wood.be, dan maken wij graag tijd voor een diepgaand gesprek.
WOOD.BE kan helpen bij het bepalen van de beste strategieën om afval te vermijden en reststromen van hout en houtmaterialen te valoriseren. Bekijk gerust onze projectenpagina voor voorbeelden. Als u geïnteresseerd bent in verdere specificaties, neem dan contact op via info@wood.be.
Ja, dat kan, maar daarvoor hebben we meer specifieke informatie nodig. Neem hiervoor contact op met ons opnemen via info@wood.be.
Natuurlijke duurzaamheid
Schimmel op thermisch behandeld hout komt vaak voor. Bij lichte houtsoorten is dit natuurlijk het meest zichtbaar. Bovendien hangt schimmelgroei ook af van omstandigheden, locatie en blootstellingsrichting (bijvoorbeeld: schaduwrijke plekken zijn gunstiger voor schimmelgroei vanwege de meer constante vochtigheid; ZW is de regenzijde; afgedekte stukken drogen minder snel uit, ...). Het probleem is echter tijdelijk en maakt deel uit van het verouderingsproces. Hoe lang men moet wachten tot het oppervlak gelijkmatig is verouderd, is momenteel onduidelijk.
De schimmelgroei is te wijten aan het feit dat de thermische behandeling suikers aan het oppervlak vrijmaakt en de zuurgraad verlaagt, waardoor optimale groeiomstandigheden voor de oppervlakteschimmels ontstaan. De schimmels zijn echter niet schadelijk voor het hout. Meer informatie vindt u in dit artikel en de projectpagina van Woodforlife.
Onderzoek heeft aangetoond dat scheurvorming in thermisch gemodificeerd hout afhankelijk is van het onbehandeld materiaal zelf Scheuren die al aanwezig zijn in ovengedroogd hout zullen in het gemodificeerde hout meer uitgesproken zijn. Deze scheuren zijn niet altijd met het blote oog zichtbaar in het onbehandeld hout, omdat het hout reageert op de spanning die tijdens het droogproces aanwezig is. Kruip treedt op om verdere scheurvorming te voorkomen. Delaminatie ter hoogte van de jaarringen is vaak het gevolg van microscheurtjes die zich in het ruwe, onbehandelde materiaal hebben gevormd. De spanningen in vroeg- en laathout zijn verschillend vanwege hun structuur, wat interne scheuren kan veroorzaken door het werken van het hout. Meer informatie vindt u in dit artikel en op de projectpagina van Woodforlife.
Hiervoor verwijzen we u graag door naar dit artikel.
Wetgeving
Voor meer informatie over Eurocodes verwijzen wij u door naar deze website.
Relevante informatie over dit onderwerp vindt u hier. Voor meer informatie over dit onderwerp raden wij u aan contact op te nemen met inge@wood.be .
DoP betekent Declaration of Performance (prestatieverklaring). Meer informatie hierover vindt u hier.
Dit zijn twee verschillende vragen. Een digitaal productpaspoort kan een belangrijk hulpmiddel zijn om te voldoen aan de EUDR-wetgeving. In principe zou een digitaal productpaspoort kunnen worden ontwikkeld in een proefproject. Meer informatie over digitaal gegevensbeheer en EUDR vindt u op onze website of via arthur@wood.be.